banner

FAQ

1) Wat zijn gemaskeerde mycotoxinen?

Gemaskeerde mycotoxinen zijn toxinen die worden aangemaakt door schimmels waarbij het toxine gebonden is aan polaire substanties zoals suikers, sulfaten, aminozuren, … . Ze worden gemaskeerde mycotoxinen genoemd daar ze aan de klassieke analytische technieken ontsnappen maar in de spijsvertering worden ontdaan van de geconjugeerde bindingen.

2) Waarom ontsnappen gemaskeerde mycotoxinen aan klassieke analytische methoden?

De gemaskeerde mycotoxinen ontsnappen aan de klassieke analytische methoden door het feit dat ze door hun sterke polariteit moeilijker extraheerbaar zijn en dat ze voor een groot deel verloren gaan in de opzuiveringsstappen.

3) Wat zijn fumonisines?

Fumonisines zijn een groep van mycotoxines die voornamelijk geproduceerd worden door Fusarium verticillioides en F. proliferatum. Ze kunnen onderverdeeld worden in vier groepen nl. A, B, C en P, waarbij B de belangrijkste groep is. Fumonisines worden vooral teruggevonden in maïs, dus ook in levensmiddelen en diervoeders die maïs bevatten. De besmetting vindt meestal plaats op het veld tijdens het laatste deel van het groeiproces en wordt bevorderd door warme en vochtige omstandigheden. Het is aangetoond dat mycotoxines de oorzaak kunnen zijn van verschillende ziekteverschijnselen bij mens en dier, zoals leukoencephalomalcia bij paarden, longoedeem bij varkens en kanker bij ratten en de mens.

4) Wat zijn MIPs?

Molecularly Imprinted Polymers (MIPs) zijn polymeren met een hoge selectiviteit en affiniteit voor een geselecteerde targetmolecule. Ze bekomen hun speciale eigenschappen door de vorming van specifieke herkenningsplaatsen tijdens de synthese van de polymeren. De herkenningsplaatsen bootsen de bindingsplaatsen van antilichamen en andere biologische receptormoleculen na. Vergeleken met biologische tegenhangers hebben MIPs verscheidene voordelen zoals opslagstabiliteit, hoge mechanische resistentie, eenvoudige bereiding en lage kostprijs.

5) Waarom verschillende mycotoxinen tegelijkertijd bepalen?

Voedingsgewassen en diervoeders kunnen geïnfecteerd zijn door verschillende soorten schimmels die in staat zijn om verschillende types mycotoxinen te produceren. Daarnaast kan een infectie met één type schimmel leiden tot het voorkomen van meerdere types mycotoxinen. Om dit te kunnen nagaan werden multi-mycotoxine methoden ontwikkeld.

6) Is schimmelgroei in kuilvoeders schadelijk voor de diergezondheid?

JA: Inademen van schimmelsporen is sowieso af te raden, zowel voor mens als voor dier, om luchtwegeninfecties te vermijden Bovendien wordt in kuilvoeders meestal de blauwgroene schimmel Penicillium roqueforti aangetroffen. Deze kan onder bepaalde omstandigheden mycotoxinen produceren, hetgeen een risico inhoudt voor de diergezondheid.

7) Wat is het verband tussen mycotoxinen en het “ Sick Building Syndrome”?

HetSick Building Syndrome” omschrijft een zeer vage reeks aspecifieke symptomen (hoofdpijn, irritatie, depressie, dermatitis, allergie) dewelke toegeschreven worden aan een slechte luchtventilatie. Deze allen worden geassocieerd met schimmelgroei in gebouwen.
In gebouwen aangetast door waterschade, kunnen sommige schimmels secundaire metabolieten produceren, meer bepaald mycotoxinen. Deze laatsten kunnen schadelijk zijn voor organismen, daar ze kunnen inwerken op verschillende mechanismen. Op in de lucht aanwezige schimmel partikels en sporen kunnen mycotoxinen voorkomen, ook al zijn deze moleculen niet vluchtig.
Mycotoxinen kunnen een gevaar vormen voor het algemene welzijn van de mens, voornamelijk door inhalatie. Enkele binnenshuis voorkomende mycotoxinen zijn mogelijks kankerverwekkend (bvb.
aflatoxinen, ochratoxine A, sterigmatocystine), andere mycotoxinen kunnen het immuunsysteem schade toebrengen, alsook de oorzaak zijn van verschillende soorten irritaties.

8) Welke rol spelen “immunoassays” bij mycotoxine analysen?

Het zijn eenvoudige sneltesten die gebruikt worden om de contaminatie van mycotoxinen te bepalen aan de hand van een cut-off waarde. Deze cutt-off waarde wordt vaak opgegeven door de producent.

9) Wat zijn ergot alkaloïden?

Ergot alkaloïden zijn metabolieten die geproduceerd worden door
schimmels van het Claviceps geslacht. Zij komen voor bij rogge, gerst,
tarwe en andere graansoorten. De mate van voorkomen van ergot alkaloïden
varieert per graansoort, de schimmel die op de plant huist en door
klimatologische en geografische omstandigheden. Deze alkaloïden kunnen
leiden tot ergotisme bij mensen en (zoog)dieren na opname via
gecontamineerde voeding. Ergotisme is de verzamelnaam voor een reeks
symptomen die gaan van stuiptrekkingen tot gangreenachtige aandoeningen
die zelfs de dood tot gevolg kunnen hebben.

Zes ergot alkaloïden worden vermeld in een EFSA opinie (EFSA, 2005) als
zijnde de relevantste inzake voorkomen en toxiciteit. Deze alkaloïden
zijn ergotamine, ergocristine, ergosine, ergocryptine, ergometrine en
ergcornine.

10) Wat is het belang van mycotoxinen in de pluimveesector?

Mycotoxinen in veevoedergrondstoffen kunnen een risico vormen voor de diergezondheid en de dierprestaties. Op deze manier beïnvloeden ze de productieresultaten negatief. De symptomen van een te hoge opname aan mycotoxinen zijn bij pluimvee vooral afhankelijk van het type mycotoxine dat werd opgenomen. Zo zijn kippen zeer gevoelig voor aflatoxines, terwijl ze veel resistenter zijn voor deoxynivalenol. Bij aflatoxicose wordt voornamelijk diarree, bloedarmoede en stuiptrekkingen gezien. Deoxynivalenol veroorzaakt een gedaalde voederopname, braken en darmschade. Bij een intoxicatie met T-2 worden er necroseplekken aan de snavel gezien, daarnaast veroorzaakt het ook darmschade en een lagere eiproductie. Kippen zijn minder gevoelig voor zearalenone en moederkoren. Een combinatie van verschillende mycotoxinen kan tot versterkte of verminderde effecten leiden.

11) Wat is het belang van deoxynivalenol (DON) in de varkenshouderij?

In gematigde klimaten is het Fusarium mycotoxine DON één van de meest voorkomende contaminanten van maïs en granen, die vooral wordt gezien bij lage temperaturen en hoge relatieve vochtigheidsgraden. Wanneer kritische concentraties van DON in diervoeder worden overschreden, kan dit gevolgen hebben voor de gezondheid, de groei en de voorplanting van de dieren. De toxische effecten van DON zijn goed omschreven bij landbouwhuisdieren en het varken staat gekend als bijzonder gevoelig voor de opname van DON via het voeder. DON wordt geassocieerd met symptomen die variëren van partiële voederweigering en verminderde voederopname bij DON gehaltes in het voeder van 1-2 mg/kg voeder tot braken en complete voederweigering bij concentraties hoger dan 20 mg/kg voeder. De contaminatie van varkensvoeder met DON kan dus aanleiding geven tot grote financiële verliezen.

12) Welke mycotoxines veroorzaken mycotoxicose in varkens en wat zijn hun effecten?

Mycotoxines zijn heel stabiele secundaire metabolieten, geproduceerd door schimmels, die vaak in de voedselketen van mens en dier terechtkomen. Van alle monogastrische dieren, is het varken het meest gevoelig voor mycotoxines en door hun maïsrijke dieet kunnen ze langdurig blootgesteld worden aan de toxische effecten van deze toxines. Er zijn reeds een 200 tal verschillende mycotoxines geïdentificeerd, maar slechts een paar hebben een effect op de varkensgezondheid, namelijk deoxynivalenol (DON), T2-toxine, fumonisine, zearalenone (ZEA), aflatoxines, ochratoxines (OT) en ergot alkaloïden.
De effecten van middelmatige en hoge concentraties van deze myctoxines op het varken zijn reeds uitvoerig besproken in de literatuur. Trichothecenen (DON en T2-toxine) veroorzaken symptomen die variëren van verminderde voederopname bij lage gehaltes DON of T2-toxine in het voeder tot voedselweigering en braken bij sterk gecontamineerd voeder. Opname van fumonisines via het voeder kan leiden tot longoedeem en leverschade. Zearalenone veroorzaakt tal van symptomen gaande van zwelling van de vulva tot vruchtbaarheidsproblemen. Aflatoxines hebben een algemeen negatieve invloed op de varkensgezondheid door een onderdrukking van het immuunsysteem. Ochratoxines (voornamelijk ochratoxine A (OTA)) worden vaak teruggevonden in gerst en veroorzaken een verminderde groei, lever- en nierschade en een verhoogde kans op sterfte. Naast deze mycotoxines, zijn ook de ergot alkaloïden in staat om de varkensgezondheid te schaden en ze veroorzaken symptomen die variëren van een verminderde groei en overgeven, tot een verminderde lactatie in zeugen en abortus.
De effecten van lage concentraties van deze mycotoxines, die veel relevanter zijn in de praktijk, zijn echter nog niet goed gekend.

13) Is er een duidelijk verband tussen de aanwezigheid van Fusarium en mycotoxines in graan?

Er is niet altijd een verband te leggen tussen beide. De aanwezigheid van fusarium en van mycotoxines loopt niet steeds gelijk. Percelen die als vrij resistent beoordeeld worden met nagenoeg geen fusariumsymptomen kunnen de hoogste gehaltes aan don vertonen. Men kan dat dus niet steeds zien. Sterk aangetaste percelen hebben echter wel meer kans om veel mycotoxines te bevatten. Maar als het graan enkel aangetast is door Microdochium nivale, zal je dan weer geen mycotoxines vinden, want die produceert er geen.

14) Wat zijn de belangrijkste fusariumsoorten en hun mycotoxines?

De vijf belangrijkste fusariumsoorten in onze velden die mycotoxines produceren, zijn Fusarium graminearum (deoxynivalenol, zearalenone,fusarin C, nivalenol), Fusarium moniliforme (fumonisines, fusarin C, moniliforme), Fusarium poae (T2, 15-deacetylneosolanil), Fusarium culmorum (culmorine, moniliformine, zea, don, furasin C, nivalenol) en Fusarium avenaceum (zea, nivalenol, don, fusarin C, moniliformine).

15) Welke factoren beïnvloeden het mycotoxinegehalte in graan?

Een eerste risicofactor zijn de weersomstandigheden. Een natte periode net voor of na de bloei levert een verhoogt risico op mycotoxineaccumulatie. De tweede factor is de voorvrucht, als de voorvrucht maïs was, is er veel kans dat het graan mycotoxines zal bevatten. Maïs is immers een belangrijke waardplant waarop Fusarium graminearum saprofytisch kan overleven. Een derde factor is de grondbewerking. Hoe minder de grond gekeerd word, hoe meer kans dat het inoculum in de mäis- en graanstoppel, voor nieuwe infecties zorgt. Ten slotte is er de rasgevoeligheid, binnen het rassenarsenaal zijn er grote verschillen wat betreft de gevoeligheid voor fusarium aantasting.

16) Wat zijn Trichothecenen en wat zijn hun effecten?

Trichothecenen zijn een vorm van mycotoxines, voorbeelden zijn deoxynivalenol (DON) en T2-toxine. Ze verstoren alle eiwitopbouwende processen en veroorzaken eiwitafbraak. DON is ook gekend onder de naam ‘vomitoxine’, aangezien opname van DON leidt tot braken. Die verstoring van de eiwitopbouw zorgt voor verschillende problemen. Bij legkippen leidt dit mycotoxine tot een slechte opbouw van de eierschaal en dus tot meer gebroken en/of gebarsten eieren. Bij moederdieren is er een toename van embryonale sterfte. Algemeen bij pluimvee is er het ontstaan van lesies aan de bek en de maag- en darmwand. Varkens weigeren voederopname en biggen kennen een gebrekkige opbouw van de immuniteit. Bij melkvee komen problemen met voederopname voor, waardoor de melk- en melkeiwitproductie afnemen.

17) Waarom worden MIPs gebruikt tijdens de mycotoxine analyse?

MIPs kennen toepassingen in verschillende domeinen, maar de meest frequente is het gebruik van MIPs tijdens de opzuivering van stalen. De analyse van mycotoxinen in complexe matrices, zoals voeding en voeder, vereist een zeer gevoelige en selectieve detectie. Daarom is het noodzakelijk dat stalen een opzuiveringsstap ondergaan alvorens deze geanalyseerd worden. De efficiëntie van die stap bepaalt mede de laagst mogelijke concentraties aan mycotoxinen die men kan detecteren. Door het gebruik van een selectieve MIP gedurende de opzuivering worden matrixinterferenties (d. i. de aanwezigheid van matrixcomponenten waardoor de detectie van mycotoxinen kan verstoord worden) tijdens de analyse vermeden, waardoor zeer lage gehaltes aan mycotoxinen kunnen gekwantificeerd worden.

18) Welke mycotoxines veroorzaken mycotoxicose in varkens en wat zijn hun effecten?

Mycotoxines zijn heel stabiele secundaire metabolieten, geproduceerd door schimmels, die vaak in de voedselketen van mens en dier terechtkomen. Van alle monogastrische dieren, is het varken het meest gevoelig voor mycotoxines en door hun maïsrijke dieet kunnen ze langdurig blootgesteld worden aan de toxische effecten van deze toxines. Er zijn reeds een 200 tal verschillende mycotoxines geïdentificeerd, maar slechts een paar hebben een effect op de varkensgezondheid, namelijk deoxynivalenol (DON), T2-toxine, fumonisine, zearalenone (ZEA), aflatoxines, ochratoxines (OT) en ergot alkaloïden.
De effecten van middelmatige en hoge concentraties van deze myctoxines op het varken zijn reeds uitvoerig besproken in de literatuur. Trichothecenen (DON en T2-toxine) veroorzaken symptomen die variëren van verminderde voederopname bij lage gehaltes DON of T2-toxine in het voeder tot voedselweigering en braken bij sterk gecontamineerd voeder. Opname van fumonisines via het voeder kan leiden tot longoedeem en leverschade. Zearalenone veroorzaakt tal van symptomen gaande van zwelling van de vulva tot vruchtbaarheidsproblemen. Aflatoxines hebben een algemeen negatieve invloed op de varkensgezondheid door een onderdrukking van het immuunsysteem. Ochratoxines (voornamelijk ochratoxine A (OTA)) worden vaak teruggevonden in gerst en veroorzaken een verminderde groei, lever- en nierschade en een verhoogde kans op sterfte. Naast deze mycotoxines, zijn ook de ergot alkaloïden in staat om de varkensgezondheid te schaden en ze veroorzaken symptomen die variëren van een verminderde groei en overgeven, tot een verminderde lactatie in zeugen en abortus.
De effecten van lage concentraties van deze mycotoxines, die veel relevanter zijn in de praktijk, zijn echter nog niet goed gekend.

19) Hoe kan mycotoxinecontaminatie voorkomen worden en wat is het nut van mycotoxinebinders?

Contaminatie van diervoeder met mycotoxines is alomtegenwoordig. Bestrijding van schimmels en toxine productie wordt voornamelijk bekomen door het naleven van goede landbouwpraktijken. Bij ongunstige klimatologische omstandigheden en/of wanneer preventieve maatregelen tegen schimmels en mycotoxines echter gefaald hebben, kunnen na het oogsten verschillende fysische, chemische en biologische methoden aangewend worden voor het decontamineren van veevoeder. Het gebruik van mycotoxinebinders als voederadditieven is één van de meest bekende methodes om het risico op mycotoxicoses in landbouwhuisdieren te reduceren. Mycotoxinebinders zijn substanties die mycotoxines binden en verhinderen dat ze uit het darmkanaal geabsorbeerd worden in de bloedbaan. Er kan een onderscheid gemaakt worden tussen anorganische binders zoals bijvoorbeeld actieve kool en organische binders zoals bijvoorbeeld gistcelwanden.